DE SITE

Lent: Weekly meditation on the 'Way of the Cross'

PAROCHIE

ICC

LINKS

Deze website is een initiatief van de Z. Titus Brandsmaparochie en is speciaal gericht op jongvolwassenen van 18 tot 35 jaar, oftewel 'de tweede 18 jaar'. Uiteraard is iedereen welkom die geïnteresseerd is!

Contact: pastoraal werker Yuri Saris - yurisaris@gmail.com

Sluit venster

Every catholic church holds paintings or statues that depict the sequence of stations or steps between Jesus' persecution and His crucifixion and entombment. The object of these Stations is to help the faithful to make a spiritual pilgrimage of prayer, through meditating upon the chief scenes of Christ's sufferings and death. It has become one of the most popular devotions for Roman Catholics, usually held on friday in anticipation on 'Good Friday', the day we remember Jesus' crucifixion.

Dates: Friday-evenings March 7th, 14th, 21th and 28th, April 4th and 11th.
Time: 18.00-19.00 hrs
Place: Church 'Johannes de Doper', Bergstraat 17 Wageningen
Information: Sophie Ngala (sophiengala@yahoo.com) and Fusta Azupogo (azfusta@yahoo.co.uk)


James Tissot - A woman whipes the face of Jesus


Sluit venster

The Z. Titus Brandsma parish welcomes a growing international catholic community (ICC). If you like to know  more about them you can visit the english part of the site dedicated to their presence and activities:

- The site of the ICC >>

Sluit venster

Jezus van Nazareth, gewoon God

Uit: 'Jezus in het pastoresconvent van Wageningen - Een verzameling van Jezusbeelden'

In een heel vroeg stadium van onze jaartelling - niet na eeuwen en eeuwen, als ware het zonder twijfel een sprookje, legende of sterk verhaal – is de belijdenis gaan klinken dat Jezus de Zoon van God is, sterker nog, dat Hij Gods gelaat op aarde is. Let wel, dit voer ik niet aan als een bewijsplaats voor Jezus’ goddelijkheid, ik constateer slechts dat deze belijdenis heel ver terug gaat, mogelijk zelfs tot tijdens Jezus’ openbare leven. Dit is iets dat mij intrigeert. Hierdoor laat ik me ook gezeggen in mijn persoonlijke spiritualiteit, het is dit bijbelse getuigenis dat ik als uitgangspunt van mijn geloof en leven neem.

Catechese

Als ik de woorden van het Evangelie voor een groep parochianen of studenten probeer te duiden, dan kan ik niet enkel terugvallen op hetgeen de gelovigen, bidders en denkers vóór mij gezegd en geschreven hebben. Ik moet ook putten uit mijzelf. De intellectuele, theologische exercitie, vraagt om een innerlijke toewending, een persoonlijk onderzoek van het hart. Met andere woorden, waarom preek ik wat ik preek? Geloof ik werkelijk wat ik belijd? Om deze vragen te onderzoeken heb ik om te beginnen geprobeerd laag na laag, dieper en dieper de oerbronnen van mijn Jezusbeeld te vinden.

Volgens mij hoor ik nog net bij de generatie die met regelmaat op de lagere school van de pastoor catechese kreeg. Ik ben opgegroeid in Zuid-Limburg, en het contact tussen de katholieke kerk en de basisschool was heel vanzelfsprekend. Met name vanaf de Eerste Communie kende jij de pastoor en hij kende jou. Catechese was heel eenvoudig qua opzet: de pastoor vertelde een verhaal uit de Bijbel en daar gingen we over praten, daar gaf hij wat uitleg over en hij stelde vragen. Soms gebruikte hij tekeningen of de kruisweg om de verhalen een beeld te geven. Beelden zijn vaak belangrijk, naast woorden, om een ervaring en reflectie op te roepen. De verhalen wekten mijn interesse, ze waren soms spannend, of mooi, of ontroerend, en het was leuk om zo nu en dan samen de ‘diepere betekenis’ in deze verhalen te ontdekken. Haast spelenderwijs kreeg je zo voeling met de ‘extra laag’, niet alleen in een verhaal maar bovenal in het leven; de transcendentie. Bovendien kreeg Jezus op deze manier een vanzelfsprekende plek in mijn kinderlijke geloof en bewustzijn.

Twee beelden

Er zijn twee momenten die ik mij nog goed kan herinneren dat ik bijzonder geraakt werd door een afbeelding van Jezus. De eerste keer gebeurde door een tekening in een kinderbijbel. Je zag een ingetogen, statige Jezus, op het eerste gezicht afgebeeld als een koning, maar Hij had iets droevigs in Zijn gezicht. Zijn mantel bleek een eenvoudig purperen kleed, Zijn scepter een droge rietstok en Zijn kroon was gevlochten van scherpe doornen. Jezus’ hoofd bloedde een beetje. Op de achtergrond zag je twee Romeinse soldaten die spottend op de knieën vielen. Het onrecht en de onwetendheid waar deze tekening uitdrukking aan gaf bedroefde me. ‘Weten jullie wel wie Hij is?’ Ik zal een jaar of zes geweest zijn, maar ik kan het me nog heel levendig herinneren.

Het tweede moment was een film, Ben Hur. Eigenlijk duurde die film veel te lang en moest ik naar bed, maar ik mocht voor één keer langer opblijven om hem af te zien. Wat ik zo mooi vond is dat je voortdurend het gevoel had dat Jezus in de buurt was, maar je zag Hem nét niet; in de verte, of van achter, of zijdelings, of enkel Zijn hand. Deze wijze van filmen gaf me het gevoel dat Jezus bijzonder was. Toen kon ik natuurlijk nog niet benoemen waardoor dit gevoel werd opgeroepen. Nu zou ik het als volgt willen verklaren: Jezus werd zonder enige bombast of grootsheid neergezet, juist bescheiden, menselijk, heel normaal. Maar door de fijnzinnige wijze waarop de regisseur Jezus in beeld bracht kreeg Hij iets tijdloos en mysterieus. Ik zou dit zelfs een theologische wijze van filmen willen noemen: Jezus wordt neergezet zoals wij over God praten: aanwezig en voelbaar, maar net niet zichtbaar, zorgzaam en bevrijdend, maar net aan het menselijke oog ontrokken.

Belijdenis

Deze twee afbeeldingen kaderen voor een deel mijn persoonlijke beeld van Jezus. De eerste afbeelding, de bespotting, doet me realiseren dat wij kunnen ontkennen dat Jezus de Zoon van God is - in de volkomen goddelijke zin van het woord. Hoewel deze ontkenning tragisch genoemd kan worden, is het in zekere zin wel ons geboorterecht. Vreemd genoeg is deze ontkenning een bewijsplaats voor onze vrijheid, en vrijheid is de basis voor een liefdevolle relatie; met je naaste en ook met God. Er is niets dat mij dwingt te geloven in Jezus’ goddelijkheid. Sterker nog: de ontkenning of het wegredeneren hiervan liggen voor de hand. Daarom verlang en verwacht ik van het Evangelie ook niet dat zij de goddelijkheid van Jezus bewijst, maar wel dat zij deze plausibel maakt. Want in het eerste geval wordt mij de vrijheid ontnomen, in het tweede geval is de keuze aan mij. Daarom ‘ga ik ervoor’, maar het is zeker niet vanzelfsprekend voor me. Mijn wekelijkse belijdenis dat Jezus de Zoon van God is, is een dynamisch getuigenis dat balanceert tussen ‘geloven’ en ‘willen geloven’. Als ik het ‘geloof’, dan is dat vanzelfsprekend, vanuit een rustig hart. Als ik het ‘wil geloven’, dan is dat doorwrocht, vanuit een ratelend verstand.

Naar aanleiding van de tweede afbeelding, de verborgen en bescheiden aanwezigheid, wil ik het volgende ter sprake brengen. Waarom blijf ik, wil ik geloven in Jezus’ goddelijkheid? Wat geeft mij telkens weer dat zetje om toch mijn vertrouwen te behouden als het even onder druk staat? Hieraan gaan twee gelovige aannames vooraf die voor mij op de een of andere manier eenvoudiger zijn, vanzelfsprekend zijn, twee haast onwrikbare, existentiële axioma’s. De eerste is dat wij geschapen zijn door een vrije, liefhebbende en persoonlijke God. De tweede is dat deze Schepper God Zich openbaart, blijvend op ons betrokken is en een geschiedenis met ons aangaat. Hieruit volgt deze gedachte: ik kan mij geen inniger openbaring voorstellen dan die waarbij God een tastbare naaste wordt. Een mens wordt. Dit vind ik zo verrassend en overtuigend, dat ik keer op keer zonder schroom dit kan belijden. Voor mij valt in deze openbaring alles samen: God is volkomen onder ons, tastbaar, hoorbaar, helend en sprekend, maar Hij blijft ontkenbaar en Hij blijft verborgen, omwille van onze vrijheid. Omwille van de liefde.

Broosheid

Ter afronding nog een laatste reden waarom de incarnatie, de menswording van God mij zo aanspreekt. Al moet ik toegeven, dit is meer van poëtische aard of meer een emotioneel argument: ik vind het zo’n mooie en diepe erkenning van de mens, in al zijn broosheid, in al zijn lijden, in al zijn vreugde en hoop. Kijk je naar Jezus, dan hoor je de Schepper bijna zeggen, ondanks alles, ‘Ja, het is goed’.

De incarnatie als summum van Gods openbaring, het verhaal van zonde en vergeving, van sterven en verrijzen, past zo bij onze menselijke geschiedenis. Jezus is volgens mij daarom niet goddelijk door Zijn onfeilbaarheid of door Zijn kwaliteiten, of wellicht door een verborgen of ontluikende Almacht, maar simpelweg omdat Hij het is. Als mens is Hij God. Daar gaat het om, dat is het grote geheim. Het hangt niet af van één of meerdere wonderen. Daarom boeien mij juist de verhalen en getuigenissen waarin Jezus ontkend wordt, tegengesproken wordt, en Hij soms het gesprek aangaat, soms Zijn geduld verliest. Daarom boeien mij de verhalen en getuigenissen waarin Hij verrast wordt door een opmerking van een omstandiger, en Hij zich een aantal keren zelfs herneemt. Daarom boeien mij de verhalen en getuigenissen waarin Hij twijfelt en weent. Niets van dit alles doet af aan Zijn goddelijkheid. Hij is en blijft gewoon God.

                                                                                                                                                                                      - Yuri Saris, pastoraal werker